|
Wie herinnert zich niet die vermaledijde vrijdag, nu al ettelijke jaren en ontelbare wedstrijden geleden, toen onze toenmalige Voor-Zitter nog gezwind mee in de arena trad en er als een onbevreesde Spartacus voorop in de strijd ging. Toen we nog redelijk jong en van enig wantrouwen in de arbitrage gespeend waren. Toen velen onder ons zelfs nog niet de zware huwelijksketting, vervaardigd uit een legering van mangaanstaal en titanium, aan de enkel voelden knellen.
Die vrijdag stond immers de match tegen een resem jongelingen uit het nog steeds niet onafhankelijk verklaarde Terjoden op het programma, dat gehucht geprangd tussen het meer dan één De Roock-hengst tellende Haaltert en het beklijvend droevige en door bedrijfsterreinen omknelde Erembodegem. Verderop ligt Welle. Een dorp met zulk een vrolijk verwachtingsvolle naam dat de aanblik van de stoffige achteraf-straatjes alleen maar kan teleurstellen. En dat doen ze ook, met verve.
De wedstrijd, toevallig ook afgewerkt in de zaal Ter Rozen, toen nog net iets minder beklemmend en aftands, werd in de annalen bij gepend met een paar stevige records.
Slechtste scheidsrechter sinds Vlad de Spietser een partijtje afgehouwde-hoofden-korfbal stopzette omdat de beul van dienst de gigantische flaporen van het nog warme hoofd vergat te verwijderen en de kop koppig bleef steken in de metershoge korf, meest faliekante fouten ooit en zowaar het enige doelpunt door mensenogen aanschouwd dat na een tijdspanne van maar liefst 7 minuten toch nog geannuleerd werd...omdat de tegenpartij de arbiter, een knaap die zich al heel die prille competitie afvroeg waar hij in Jezusnaam aan begonnen was en die constant over de velden dweilde alsof hij net een tot de rand gevulde emmer stront uit zijn al meer dan zeven maal zeven etmalen verstopte anus had laten kletteren, met lichte dwang (onder de vorm van een reeks gebalde vuisten) kon overtuigen om dat gelijkstellende doelpunt alsnog af te keuren.
De reden hiervoor zal waarschijnlijk pas onthuld worden als de vier ruiters der Apocalyps ons allen diets komen maken dat de hemel sneu genoeg voor andere losers weggelegd is.
Onze Voor-Zitter liep er ook een stevige blessure aan de arm op na één van die flagrante overtredingen, een jaap van tien centimeter gaf een aanblik bloot op het bot.
Niemand kreeg geel of rood tijdens die wedstrijd.
Gelukkig verdwenen zowel de scheidsrechter als de ploeg uit Terjoden al snel met stille trom uit de AVZA-competitie, en hoewel er heel wat elftallen de boertigheid en het lompe spel (elk ander woord zou te veel naar een eufemisme neigen) probeerden te benaderen, werd er zulk een graad van verontwaardiging en woede niet meer behaald in de jaren erna.
Jaren die weliswaar ook doorspekt waren met gezellige scheldpartijen (herinner u maar de ‘gefrustreerde dwerg' of het onvolprezen ‘straks zal ik u eens naaien'), met doldwaze arbitrale beslissingen (denkt u maar even terug aan de heer Cammu -ondertussen een slordige 100 lentes oud- die compleet het noorden verloor bij menig...euh, nee, eigenlijk verloor hij het noorden niet, die man heeft het noorden nooit weten liggen) en met tegenstanders die het niveau der Homo Australopithecus nauwelijks overstegen hebben.
Met deze mijmeringen ergens heel ver in het achterhoofd begonnen we aan de wedstrijd tegen Sporting Aalst, en dan nog op een zondagochtend, natter dan het San Marco-plein en meer winderig dan een onderbroek na het verorberen van een litertje of twee ajuinsoep.
De tegenpartij stond bekend als een potige ploeg, en dat kwam meteen naar de oppervlakte door de kleine doch venijnige fouten in het begin van de match. Mondiale kreeg enkele puike schietkansen maar het vizier der prijsschutters stond slecht afgesteld.
Jeroen kon dan toch het eerste doelpunt maken, waarna Sporting evenwel kon gelijkmaken.
Na een mooie raid van Jeroen aan de linkerkant werd het 2-1 bij de rust.
Ondertussen stond het telraam der overtredingen al ruim over de twintig, en nog steeds bleven de gekleurde kartons in de zak van de arbiter/zak.
Niet dat de jongens van Sporting zo vuil speelden, ze kwamen gewoon telkens weer te laat bij een fijne passeerbeweging, of drongen veel te hard aan bij de aanname van een puik verstuurde lange bal.
Door het stilzwijgen van de ref -niet alleen zei de man geen woord, hij gebruikte ook zijn fluitje nauwelijks- werden de fouten steeds bitsiger. Het bleef spannender dan een uit de hand gelopen jeu du foulard, de paal en de lat werden gegeseld als waren het konten tijdens een harde SM-sessie.
Gelukkig konden we de kloof toch uitdiepen tot 4-1.
Nu hebben we in onze rijke historie al een rist rigoureus belachelijke scheidsrechterlijke dwalingen moeten ondergaan.
Zo konden we vorige week in de competitie te Hekelgem nog genieten van een fraai staaltje logica waarop enkel het kruim der referees het patent lijkt te hebben, toen een doelman (waarop volgens mij Studio 100 de figuur van Bumbalu, de sidekick der geel geklede clown Bumba, op gebaseerd heeft) de bal met beide handen stevig vastgreep.
Niets mis mee, tenzij zulks een metertje of drie buiten de zone waar dit keepersgedrag toegestaan is gebeurt.
De man kreeg prompt de gele kaart. Geen rode kaart, want volgens de goedlachse vent in het zwart (hopelijk baseert Studio 100 daar geen figuur op) wist de doelman niet waar hij zich bevond bij het graaien naar het overvliegende lederen ding!
Een goeie vondst, dat wel. Zo zijn er al meer kwajongens ontsnapt aan de toorn der eega's en vriendinnen wanneer ze betrapt werden met de tamp in een vreemde doos of de handen aan de vleesbollen van vage kennissen.
Zeg nu zelf, ‘ik wist niet waar ik was' of ‘ik wist niet wat ik deed', dat zijn excuses waar geen kruid tegen opgewassen is. Bij deze willen we de arbiter in kwestie dan ook bedanken voor het introduceren van het begrip ‘ontoerekeningsvatbaarheid' in het voetbal milieu.
Maar dit terzijde.
Jeroen kreeg de bal diep in het vijandelijk penaltygebied aangespeeld en werd, alweer met een fout die zelfs menig Romeins keizer de blik in stil afgrijzen had doen afwenden, neergehaald. Onze spits trachtte zich, danig ontsteld door de zoveelste buitenissige doodschop, te bevrijden uit het benenkluwen en kreeg hiervoor de rode kaart van de aanstormende scheidsrechter.
Tot op heden weet nog steeds niemand waarom (zal ook een zaak zijn voor die ruiters van hierboven, dus nog even geduld).
Na fel aandringen kreeg ook de overtreder de gele kaart (de ref moest wel beleefd vragen wie die overtreding had gemaakt, want dat had de goeie man niet helemaal kunnen ontwaren).
Het werd nog 4-2 maar verder kwamen de Hunnen niet meer, ondanks nog enkele potige tussenkomsten zonder bestraffing.
Een fel bevochten zege die door de onkunde van de spelleider een kleine Pyrrhusoverwinning lijkt te worden indien we Jeroen 1 of meer speeldagen moeten missen. En meteen kunnen we toch blij vooruitzien naar de confrontatie in de terugronde...
|